Home Suite Home

Coco Chanel woonde jarenlang in een hotel, net als Simone de Beauvoir. Ik, madame De L’Europe, volgde hun voorbeeld en werd bewoner van het iconische, net gerestylede hotel De L’Europe.

Soms zit het mee in het leven. Of ik een tijdje wil komen wonen in het Amsterdamse hotel De L’Europe? Het hotel heeft namelijk plannen. Om in de nabije toekomst niet alleen interessante gasten te ontvangen voor een paar nachten, maar ook voor een paar maanden, of jaren zelfs. Die er ontbijten, lunchen, het diner nuttigen. Zich uitstrekken op hun balkon om wat zonnestralen mee te pikken. Die er werken, zakelijke afspraken hebben, koffie drinken in de lobby of er ’s avonds een cocktail laten shaken. Wonen in een hotel? Dat ik er zelf niet op kwam. Ik ben om.

Gabrielle Chanel op het balkon van haar Ritz-suite in Parijs, 1937

Goede voorbeelden

Natuurlijk is het idee niet fonkelnieuw. Gabrielle ‘Coco’ Chanel woonde 34 jaar in The Ritz in Parijs. In suite No. 302 om precies te zijn. Simone de Beauvoir leefde en schreef onder meer in het beroemde, New Yorkse The Chelsea Hotel en Marilyn Monroe resideerde in The Beverly Hills, Los Angeles. Met dan weer een grote fles Chanel Nº5 op haar nachtkastje. Als ik mijn hutkoffer pak – dit is toch een soort verhuizing, welbeschouwd – gaat dat parfum dus mee, om alvast een beetje in de sfeer te komen. Als ik na drie kwartier rondsjezen door het opgebroken centrum van de stad de parkeergarage nog niet heb bereikt, besluit ik alvast de bewoner uit te hangen: even vol overtuiging tegen het verkeer in en dan mijn kleine bolide ferm op de stoep, recht voor de draaideur. Zesar (later zal hij vertellen dat het een samentrekking is van moZes en Arend) komt aangebeend, in vol ornaat, met hoge hoed. ‘Zal ik hem even voor u parkeren, Madame De L’Europe?’ Hij kijkt kwiek, ik dankbaar. Gek toch, wat namen noemen doet: ik voel me meteen welkom. Bij de balie kennen ze me ook al, kom maar met die bagage, die gaat naar uw kamer. Ik zoef erachteraan in de notenhouten lift, met roodpluchen zitje. Kamer is niet het juiste woord voor nummer 424, het is een suite met oriëntaals behang, glanzende, antieke meubels, een marmeren badkamer met verwarmde vloer en fijne Diptique-spulletjes. Ik installeer me in de middagzon op het balkon en kijk uit op de Amstel. Verderop schitteren de gouden gevelletters van de Nationale Opera & Ballet, ik begin me aardig thuis te voelen. Mijn eerste bezoek dient zich aan, die het wel grappig vindt om mij in mijn nieuwe habitat te zien. Later zitten we aan een witgedekte tafel bij de inpandige Brasserie Marie, vernoemd naar de vrouw van Gerard, grondlegger van Heineken. De L’Europe is namelijk geen onderdeel van een keten, maar zelfstandig en in handen van de biermagnaat. Wat niet wegneemt dat we wijn bestellen bij Dannis, al meer dan 20 jaar sommelier bij De L’Europe – hoe kan die gast er zo jong uitzien? Hartstocht voor de zaak waarschijnlijk, want zijn ogen glanzen als hij vertelt over zijn baby’s, de flessen beneden in de ‘schatkamer’. Rode Chablis, met stof bedekte Bordeaux, oud en waardevol, hij raakt er niet over uitgesproken. Chef Bas van Kranen vertelt over de gerechten bij Flore, het sterrenniveau restaurant van De L’Europe.