Turquoise zwembad

De volgende dag, na mijn dagelijkse renrondje over de grachten arriveren mijn vrienden. Zij kunnen ook wel aan het hotel-leven wennen, merk ik al snel. Ze zijn positief verbaasd als ze mijn nieuwe huis zien en hullen zich meteen in de zachte, witte badjassen om het turquoise zwembad op te zoeken, onder in het hotel.

Zelf maak ik een praatje met Paulina, de innemende eigenares van Skins Institute. Ze heeft een paradijs gemaakt van de plek waar ooit goudstaven in een kluis lagen. Nu zijn de muren goudgemozaïekt, er klinkt klassieke muziek. Naast het zwembad zijn er twee sauna’s, een steamroom, fijne behandelkamers en een goddelijk terrasje aan de Amstel, beschut door blauwe regen en laven-del. Het liefst zou ik niemand vertellen over dit goedbewaarde geheim, maar Pauline verdient beter: ik voel me herboren na een duik, een massage met daarna een Pink Fizz bij Freddy’s Bar. Ik overweeg überhaupt nooit meer weg te gaan.

Een van de vele, charmante zitplaatsen op de begane grond van het hotel.

Er is nog één resident die ik nog niet heb ontmoet, op de een-na-laatste dag van mijn avontuur. De mysterieuze kunstenaar De Rrusie. Veel over hem gehoord heb ik wel, hij is Frans, heeft een werkplek in het glazen atrium, dat uitkijkt op de hemel boven De L’Europe. Da’s handig, hij schildert namelijk hemels. Al dan niet met donkere wolken en magische lichtstralen. Er staan doeken, er slingeren kwasten rond, verftubes, maar steeds als ik langskwam was er geen De Rrusie te bespeuren.
Ik schakel Eef in, die weer wat telefoontjes pleegt. ‘Vanmiddag. 14.00 uur. Atrium’. Als ik aankom zie ik een jonge, zwarte man, dandy-achtig. Zijn zwarte pak is van eigen makelij, net als de zegelring die hij draagt, want hij ontwerpt ook juwelen. Eerder was hij artdirector, en ontwierp hij bras-series in Parijs. Hij doet zijn handen in de zakken van zijn zwarte trenchcoat, alsof hij op het punt staat zo weer te ver-dwijnen. Zijn voornaam? Heeft-ie niet. We babbelen wat over kunst, jazz, spiri-tualiteit. Hij woont helemaal boven in het hotel, hij kan zo het dak op springen en naar de wolken turen. Hij heeft weleens de hele nacht doorgeschilderd aan een hemel, die hij eerst urenlang had zitten bekijken. Dat is de reden dat hij hier woont. De plek is toverachtig, inspireert hem. ‘Ik voel je,’ zeg ik, en ik meen het. Dit hotel zit vol verhalen. Het is als een theater, waar personages de hele dag het podium opkomen en weer afgaan.